Marlyse van Luttikhuizen
Interview

Van Dordrecht naar Gent en terug: ‘Ons leven veranderde in een oogwenk’

Dit artikel stond ook op CVandaag

Marlyse van Luttikhuizen-Geijtenbeek Beeld: Hendrina de Graaf

Golven sloegen de afgelopen jaren tegen het levensschip van Marlyse van Luttikhuizen-Geijtenbeek (62) uit Dordrecht. Toch is ze niet opstandig: ‘We zijn niet geboren om alleen het goede naar wereldse begrippen te krijgen. We zijn geboren om het goede van God te zoeken, te vinden en te ervaren.’ 

Het huis van de Van Luttikhuizens in de Dordtse wijk Dubbeldam, oogt ruimtelijk door de vide. Door de hoge ramen valt het oog bij binnenkomst direct op een schilderij dat Psalm 91 uitbeeldt: een duif in de holte van een rots. ‘Onze zoon is architect en heeft dit huis helemaal onder handen genomen toen we hier kwamen wonen,’ legt Marlyse uit. ‘Dat heeft hij niet van een vreemde: mijn vader ontwierp meubels, later werd hij binnenhuisarchitect. Samen met mijn drie zussen (ik was nummer twee in het rijtje) groeide ik op in Bunnik, maar we verhuisden al snel naar Utrecht. We kerkten in de Gereformeerde Gemeente aan de Catharijnesingel.’ 

De 62-jarige Dordtse heeft daar goede herinneringen aan. ‘Mijn ouders spraken vaak over Gods goedheid. Mijn vader bad voornamelijk hardop met ons. Hij begon zijn gebed dan vaak met: ‘Getrouwe en goede God in de hemel’. Tegelijk benoemde hij dat we al Zijn goede gaven niet waard zijn. Mijn moeder besprak vaak met m’n tante de kerkdienst. Ik hoorde hen dan tegen elkaar zeggen: ,,Wat was het toch weer een mooie preek. Het bruidsboeket van Gods liefde werd ons weer aangeboden.”
Mijn oma speelde een grote rol in mijn geloofsleven. Ze sprak vaak over haar worstelingen en Gods goedheid. Ik herinner me nog dat ze met haar vriendin Psalm 147 zong aan de keukentafel. Door deze ervaringen was mijn beeld hoopvol van God. Een goede God, voor slechte mensen.

Geloofsverlangen

Op mijn vijftiende raakte een preek uit Jesaja 53 me diep. Het benadrukte onze zondigheid, maar ook Gods liefde, en vanaf dat moment nam ik mijn toevlucht tot Hem. Zo begon het toevluchtnemend geloof in mijn leven. Het prille geloofsverlangen kwam vanaf die tijd ook steeds weer terug. Ik heb nooit het geloof als een soort automatisme gezien. Bij Hem komt de zekerheid vandaan. En de verzekering ligt hierin dat God mij steeds weer terugbrengt bij het werk van de Heere Jezus.

Nadat ik in 1982 belijdenis deed, trouwde ik met mijn man Dick. We woonden eerst een jaar in Utrecht, waar onze oudste zoon geboren werd. Daarna verhuisden we naar Dordrecht waar we nog vier kinderen (drie zonen en een dochter) kregen. Het leven zat niet alleen maar mee. De beproevingen waar mijn oma over sprak, dienden zich ook in mijn eigen leven aan. Dit werd duidelijk toen ik voor het eerst geconfronteerd werd met ernstige gezondheidsproblemen. Het begon met een grote ooroperatie waarbij mijn evenwichtsorgaan geraakt werd. Daarna volgden problemen met mijn evenwicht, een depressie en later draaiduizelingen. Dat was een zware tijd, helemaal omdat je als moeder midden in je gezinsleven staat.Toch werd het op een gegeven moment stabiel. Er was mee te leven zodat ik weer van alles kon doen. Maar weg was het nooit.

Borstkanker

Mijn gezondheidsproblemen verdiepten zich toen ik in 2006 borstkanker bleek te hebben. Het was een volledig traject van amputatie, chemokuren en hormoontherapie, een zware periode voor ons hele gezin. Vlak voor de operatie was ik onrustig. Ik vond het spannend of God ook een bemoediging voor mij had. Toen kreeg ik een berijmde psalmregel vanuit psalm 118 in mijn gedachten: ,,De Heer is bij mij, ik zal niet vrezen, wat zal een nietig mens mij doen.” De minuten daarna zag ik alleen maar nietige mensen met mutsen op die moesten opereren. De kanker is daarna nooit meer teruggekomen. Wel heeft dit nog flinke gevolgen voor mijn gezondheid. Voor anderen misschien onzichtbaar, maar voor mij vermoeiend en voelbaar. 

Gent

Kort daarna reageerden we op een advertentie voor een echtpaar voor een evangelisatiepost in Gent. Daar is mijn geloofsleven verrijkt. Samen met een vriend en andere vrijwilligers deelde mijn man bijbels uit en voerden ze gesprekken met Gentenaren en moslims. Ook op de post waar ik zelf veel was, voerden we gesprekken met moslims of met ‘enkelingen’ die zomaar aanbelden en binnenkwamen. Ze vertelden hun verhaal. We lazen met hen uit de Bijbel en baden voor ze.

Het was mooi om te zien hoe jonge Vlamingen op de post kwamen om meer van de Bijbel te weten. Later meldden sommigen zich aan voor catechese en beleden hun geloof. Anderen stonden meer op afstand, zoals een bezoeker die honderden gedichten maakte naar aanleiding van een preek. Eens bezocht een vrouw al langer de dienst op zondag. We dachten haar weer te spreken aan de koffietafel. Maar ze bleef in de kerk zitten en dacht na over de misère van haar leven. Ik ging naast haar zitten en vroeg wat er was, want ze huilde. Ze zei: ‘Ik mag hier zijn wie ik ben, maar vooral ben ik zelfs welkom bij de HEER!’ 

Ook onvergetelijk is voor ons een man die in de gevangenis in aanraking kwam met de Bijbel. Toen hij vrij kwam, meldde hij zich met een broeder bij onze post. Bij onze eerste kennismaking las mijn man met hem Psalm 124. Bij de regel: ‘Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van een vogelvanger, de strik is gebroken en wij zijn ontkomen,’ brak hij en barstte in snikken uit. Er volgde een tijd van vallen en opstaan. We zongen veel op zondagavond na de dienst. Zijn lievelingslied was: “Langs de Via Dolorosa heel die lange lijdensweg, ging de Christus, onze Koning als een lam. Maar omdat Hij van ons hield met heel Zijn hart is Hij gegaan, langs de Via Dolorosa heel de weg naar Golgotha.” Daardoor werden wij zelf ook bemoedigd.

Springen als een hert


Het werk in Gent was een zegen, maar ook daar kwamen we telkens de gebrokenheid van het leven tegen. Dit werd nog persoonlijker toen in 2019 onze zesde kleinkind Olivia geboren werd met een zeldzame botziekte. Dit zag je vooral terug in de verkromming van haar beentjes. Het was een wonder voor ons toen bleek dat ze bij haar geboorte nog leefde. Het ging echter snel achteruit. We werden gebeld. Ik was in de buurt bij onze zoon. Mijn man was in Gent, samen met een andere zoon, omdat hij daar moest preken. Zo stond ik, samen met twee zonen, te kijken bij de bank waarop de ouders met Olivia lagen. We zagen dat kleine meisje worstelen, in de armen van haar lieve ouders. Met haar ene arm hield onze dochter haar tweejarig zoontje vast en met haar andere arm Olivia, samen met haar man. Hoe klein Olivia ook was, ze moest door een doodstrijd heen. Vragen borrelden op. Want wat had zij verkeerd gedaan? 

De kerkklokken begonnen te luiden, want het was zondag. Onze schoonzoon zei: ,,Ga dan nu maar meisje.” Het duurde nog even totdat de kerkklokken opnieuw luidden. Daarna blies ze haar laatste adem uit. Ze was nu verlost! Ze was niet geschapen om met haar misvormde beentjes op de aarde rond te huppelen. Maar ‘alsdan zal de kreupele springen als een hert’! Deze tekst uit Jesaja 35:6 ging al mee tijdens de zwangerschap van onze dochter en gaf troost voor de hele familie. 

Breekpunt

Kort daarna begon mijn man moeite te krijgen met het zoeken naar woorden. Dat viel op omdat hij vaak voorging en soms niet meer op een woord of een naam kon komen. De huisarts stuurde hem door naar een neuroloog. Die zette de nodige onderzoeken in, waarvan de uitslag verschillend uitviel. Daarom hoopten we dat het mee zou vallen. Het laatste onderzoek zou beslissend zijn.

Toen kwam de uitslag. Ik zie ons nog zitten in de kamer van de neuroloog, we hadden allebei een mondkapje op (het was coronatijd, red.) en konden alleen elkaars ogen zien. ,,Dit onderzoek liegt niet,” zo begon de neuroloog, “er is sprake van een beginnende vorm van de ziekte van Alzheimer.” 

De verbijstering. De ogen van mijn man naar de neuroloog, de blik van mij en mijn man naar elkaar. Er ging van alles door me heen. Ik dacht terug aan mijn ouders, die beiden Alzheimer hadden. Mijn schoonmoeder, 85 jaar oud en relatief gezond. Mijn man, 58 en nu deze ziekte. Alsof de rollen omgedraaid werden. Vooral dacht ik aan onze kinderen die in Nederland zaten. Waarschijnlijk in spanning, wachtend op een berichtje uit Gent. In de hal van het ziekenhuis hebben we samen gehuild, gebeden en een berichtje gemaakt. 

Ik voelde me verdrietig, angstig en radeloos en vroeg me af: waarom? Tegelijk wist ik dat deze weg niet buiten God om ging, al had Hij het ook anders kunnen doen. Opstandig was ik niet, wel ontzettend verslagen en verdrietig. Onze trouwtekst is: ,,Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!” (Psalm 4:7, red). Ook nu zou het tweede deel van deze tekst ons houvast moeten zijn, dwars door het donker en de vragen heen. We zijn niet geboren om alleen het goede naar wereldse begrippen te krijgen. We zijn geboren om het goede van God te zoeken, te vinden en te ervaren. En dat gaat dwars door de moeiten van het leven heen. ‘Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan. Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim. Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’ (Sela ‘Ik zal er zijn’, red.). 

Achtbaan

De diagnose veranderde ons leven in een oogwenk. Er volgde een duizelingwekkende achtbaan, waarbij we stopten met het werk in Gent en naar Nederland verhuisden. Veel praktische zaken moesten geregeld worden, in korte tijd. Ondertussen hadden we wel onze emoties, samen met onze kinderen en de omgeving, en dat was heel zwaar. Het was wonderlijk dat er door onze zonen en met hulp van goede vrienden, een huis gevonden werd in onze eerdere woonplaats Dordrecht. 

Hoe ik zelf met de ziekte van mijn man omga, is een vraag die me niet zoveel gesteld wordt. De focus ligt meestal alleen op de vraag: ,,Hoe gaat het met je man?”. Dat vind ik weleens lastig. Ik ervaar steun aan de cursus psycho-pastorale hulpverlening, die ik jaren geleden afrondde om te gebruiken in de kerkelijke gemeente. Nu is deze kennis mijzelf ook tot steun. Ook speel ik graag piano of klavecimbel. Tegelijk kan ik niet alles alleen oplossen. Dan val ik terug op mijn zussen of mijn man, want ik kan nog alles met hem bespreken. Het meest geniet ik van de muziek die hij maakt. Op een orgel, of op onze klavecimbel of de piano. Het luisteren naar de heerlijke improvisaties op psalmen en liederen die hij speelt, raken mijn hart altijd. Het klavecimbel kregen we van een oude vriend toen hij op zijn sterfbed lag. Hij heeft in het instrument deze tekst laten graveren: ‘Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt, geef ons vrede!’

Als ik terugkijk op mijn jeugd en het beeld van God dat ik heb meegekregen, besef ik dat de goedheid van God nog steeds mijn leven bepaalt. Ondanks de momenten dat ik niet altijd zo’n goede gelovige ben, blijft Zijn liefde en genade vaste grond onder mijn voeten. Het is een leerproces, waarbij ik weet dat de ware kracht niet in mezelf ligt, maar in de Heere Die mij leidt.’ 

Jouw steun maakt onafhankelijke journalistiek mogelijk! Dit artikel las je gratis, maar het schrijven kostte tijd en onderzoek. Wil je bijdragen aan deze journalistiek? Met een kleine donatie help je mij om dit werk voort te zetten.

Elke bijdrage, groot of klein, maakt een verschil. Dank je wel!