Achtergrondverhaal

Hoe een christelijk boeren- en vissersdorp verandert. ‘Spakenburgers hebben niets tegen migranten’

Dit artikel stond eerder in het ND

Op de jaarlijkse Visserijdag trekken dorpelingen massaal klederdracht aan. Beeld: Hendrina de Graaf

Spakenburgers zijn als blikken pannetjes, zei een dominee ooit: gauw heet, gauw koud, gauw kwaad en gauw weer goed. In de media overheerst vaak het beeld van een zwaar christelijke gemeenschap, waar iedereen vermoedelijk familie van elkaar is. Dorpsgenoot en journalist Sjaak van de Groep (48) schreef een boek om te laten zien dat Spakenburg ingewikkelder is dan zijn karikatuur.

Toen dit jaar tijdens een bijeenkomst in de Nederlands-gereformeerde Maranathakerk in Spakenburg werd geopperd dat de hel misschien niet eeuwig duurt, bereikte dat al snel de lokale krant. Journalist Jan Muijs schreef in De Bunschoter: wie zoiets verkondigt, kan net zo goed het bordje ‘gereformeerd’ van de voordeur schroeven. 

Dagenlang werd er in het dorp over gepraat. Het was niet de eerste keer dat een theologische uitspraak Spakenburg in beweging bracht. Toen de christelijk-gereformeerde predikant Jacob Westerink in 1990 in een preek zei dat iedere gelovige een ‘Pniël’ – een persoonlijke worsteling met God – moest hebben gekend, behandelden in de weken daarna alle (tien) vrijgemaakt-gereformeerde predikanten in het dorp hetzelfde onderwerp.

De ‘beruchte’ Pniëlpreek uit 1990

In plaats van de nederige Jakob, die met God worstelde, lieten ze hem ‘vanuit Pniël als een soort triomfator met tromgeroffel en bazuingeschal het beloofde land in trekken’, blikte Westerink in 2018 terug tijdens de Haamstedeconferentie, een jaarlijkse bijeenkomst voor predikanten uit de bevindelijke wereld.

De terugblik van ds. Westerink bij de Haamstedeconferentie in 2018

Journalist Sjaak van de Groep kent de dorpsgemeenschap van Bunschoten-Spakenburg van binnenuit. Hij groeide op in de Westerkerk, als een van de weinige ‘buitenverbanders’ tussen vrijgemaakte klasgenoten. Later werd hij evangelisch. Nu noemt hij zichzelf geen christen meer. Helemaal los komt hij er niet van. ‘Jezus is onder onze huid gekropen.’

Sjaak van de Groep. Beeld: Hendrina de Graaf

Rooien en blauwen

Tijdens zijn studie journalistiek zag hij in een tv-uitzending hoe zijn dorp werd neergezet als een gereformeerd reservaat, liefst met de strengste inwoner voor de camera. Zo belandt Spakenburg – nog steeds – steevast in hetzelfde rijtje als Urk en Staphorst: zwaar, achterlijk en vermoedelijk allemaal familie van elkaar.

Terwijl de verschillen groot zijn: Urk en Staphorst zijn van reformatorische signatuur, in Bunschoten-Spakenburg zijn de vrijgemaakt-gereformeerden vanouds dominant. Zo is de vaccinatiegraad in Spakenburg een stuk hoger dan in Urk of Staphorst; dat bleek ook weer in coronatijd.

De beeldvorming klopt niet, vond Van de Groep. Daarom schreef hij Spakenburg gefileerd.

Hij las bijna alles wat over zijn dorp is geschreven en dook in de wereld van de vissers en de boeren, de strijd tussen voetbalclubs (’de rooien en de blauwen’), de handel in brood en vis, het geloof, de cocaïne, de roddels – en de opvallende hoeveelheid sterke mannen. ‘We horen bij de gemeenten met de dikste inwoners van de provincie, maar de “sterkste man van Nederland” komt ook hier vandaan.’

Januskop

Van de Groep noemt al die tegenstellingen de Januskop van Spakenburg. Voor vrijwel elke waarheid over het dorp bestaat een even overtuigend tegendeel. Wie ziek wordt, kan op een inzamelingsactie rekenen; op hetzelfde moment wordt een islamitische asielzoeker op Facebook genadeloos afgeslacht. ‘Die werelden bestaan hier naast elkaar.’

Ook politiek vertoont het dorp twee gezichten. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 kreeg de PVV 21,4 procent van de stemmen en Forum voor Democratie 7,3 procent. Lokaal vaart de politiek een andere koers. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 – waaraan PVV en Forum niet meededen – kreeg de ChristenUnie 28 procent, het CDA 19 procent en de SGP 18 procent van de stemmen. Samen trokken de drie christelijke partijen bijna twee derde van de kiezers. Voor Den Haag stemt het dorp dus behoorlijk populistisch; in het gemeentehuis blijft de christelijke politiek dominant.

Een dienst in de hervormde Catharinakerk in de jaren vijftig; de meeste vrouwen nog in klederdracht. – beeld: historische vereniging Bunscote

Geloof en voetbal 

De gemeente Bunschoten telt bijna 23.000 inwoners. Waar van oorsprong de boeren in Bunschoten woonden en de vissers in Spakenburg – met daarnaast de kleinere kernen Eemdijk en Zevenhuizen – woont iedereen inmiddels door elkaar. Een Turkse gemeenschap verrijkt het dorp. 

‘Vreemden’ botsen soms met de cultuur. In de jaren zeventig wilden Gooise nieuwkomers op zondag zwemmen en tennissen, wat leidde tot geharrewar met de traditionele dorpsgemeenschap. In 2024 bleek een Italiaans ijsje een principiële kwestie: een ijssalon mocht op zondag niet open, omdat ijsverkoop in de juridische wereld detailhandel bleek en geen horeca. Een bittere pil voor de ondernemer, die hoopte op een goede vangst in het weekend.

Voetbal en geloof blijken hier moeilijk uit elkaar te houden. De ‘rooien’ zijn de aanhangers van IJsselmeervogels, de ‘blauwen’ die van SV Spakenburg – twee clubs uit hetzelfde dorp, waarvan de supporters elkaar al generaties bestrijden. Van de Groep vertelt in zijn boek hoe de ‘blauwen’ de ‘rooien’ eens met 7-1 verpulverden. De volgende ochtend speelde de organist van de Vaartkerk (PKN) in Eemdijk: ‘Het is stil aan de overkant.’ Toen verontwaardigde ‘rooien’ hem na de dienst opwachtten, hield hij zich van de domme: hij had ‘Breng dank aan de Eeuwige’ gespeeld. Opwekking 331, dezelfde melodie. 

Visserijdag 2024. Beeld: Hendrina de Graaf

Brood en vis

Economisch bleef het dorp niet bij de botter en het brood – heel Nederland kent de bakkerijwagens van ‘t Stoepje van de plaatselijke markt. Maar Spakenburgse bedrijven bouwen ook machines en robots die de wereld over gaan. ‘Van bot naar robot’, zoals Van de Groep het zegt. Kerkelijk strijkt Bunschoten-Spakenburg steeds meer de zeilen. Kerken sluiten, tweede diensten verdwijnen, gereformeerde gelovigen trekken naar evangelische gemeenten of blijven thuis. 

Ook de klederdracht verdwijnt langzaam uit het straatbeeld. In de jaren zeventig liepen volgens Van de Groep nog zo’n 1200 vrouwen in dracht; nu zijn het er nog maar enkele tientallen. Toch is de klederdracht niet helemaal verdwenen. Tijdens de jaarlijkse Visserijdag in september hijst een groot deel van het dorp zich weer in kraplap, jak en gesteven muts.

Tweede druk

Toen zijn boek uitkwam, hapten de dorpsgenoten van Van de Groep gretig toe: de eerste 1250 exemplaren gingen als zoete broodjes over de toonbank; een tweede druk is net verschenen. De gewone boekhandel durfde een presentatie niet aan – Van de Groep is soms behoorlijk kritisch over dorpsgenoten en schuwt het niet man en paard te noemen. 

De christelijke boekhandel LUV ging wel met hem in zee. ‘Een christelijke boekhandel die een afvallige schrijver uitnodigt’, grapte Van de Groep. Waarop de eigenaresse zei: ‘Jij bent christelijker dan menig christen.’

Jan Muijs. Beeld: Hendrina de Graaf

‘In het weekend een wolk cocaïne boven het dorp’ 

wie: Jan Muijs (55)
wat: Werkt ruim 35 jaar als journalist in Bunschoten-Spakenburg

Jan Muijs groeide op in Bunschoten-Spakenburg, haalde zijn vrouw van buiten het dorp, maar wilde zelf niet vertrekken. Toch bekijkt hij het dorp als journalist ook met enige afstand. Al 35 jaar schrijft hij voor De Bunschoter vooral over kerk, politiek en voetbal. ‘Ik kan niet met en ik kan niet zonder het dorp.’ 

Hij voelt zich een echte Spakenburger, maar verbaast zich geregeld over zijn dorpsgenoten. Bijvoorbeeld over het drugsgebruik. ‘De directeur van afkickcentrum Solutions zei eens tegen mij dat er in het weekend een witte wolk van cocaïne boven het dorp moest hangen.’

De grootste verandering ziet hij op zondag. Vroeger stroomden de straten vol met kerkgangers. ‘Het was een soort uittocht.’ Volgens Muijs is het besef van afhankelijkheid van God afgenomen. Vissers leefden vroeger met de grillen van de zee en waren sterk aangewezen op de Allerhoogste. ‘We zijn luxer, moderner en drukker geworden. De noodzaak van het reinigende bloed van Jezus Christus wordt minder gevoeld.’ 

Die lossere kerkband is zichtbaar in het stemhokje. Waar veel kerkleden vroeger min of meer vanzelf GPV of later ChristenUnie stemden, wijken kiezers nu uit naar andere wateren. 

Dat komt volgens Muijs niet door slechte ervaringen met migranten. Poolse arbeidsmigranten, Oekraïners en de Turkse gemeenschap leveren volgens hem weinig problemen op. ‘Ik merk niet zozeer haat tegen buitenlanders, als wel islamangst.’ Veel inwoners vrezen dat de islam uiteindelijk dominant wordt en dat zij hun vrijheid en vertrouwde cultuur verliezen. ‘In de islam zit toch iets overheersends.’ 

Daar zit spanning. Spakenburgers kunnen gul en behulpzaam zijn: wie eten of praktische hulp nodig heeft, wordt niet snel weggestuurd, zegt Muijs. Ook niet als je een andere afkomst hebt. Tegelijk leeft het gevoel dat Nederland wordt bedreigd en dat de komst van nieuwkomers de woningnood verergert en de druk op de zorg en sociale voorzieningen vergroot.

Is Bunschoten-Spakenburg dan nog een christelijk dorp? Muijs aarzelt. ‘Iedereen is hier nog wel met geloof bezig. Vroeger liep ook lang niet iedereen zo overtuigd mee als we achteraf graag denken.’

Claudia. Beeld: Hendrina de Graaf

Claudia voelde zich als ‘vreemde’ nooit buitengesloten

wie: Claudia* (39)
wat: Verhuisde voor de liefde van Huizen naar Bunschoten-Spakenburg

Claudia groeide op in Huizen, maar haar vriend Laurens wilde zijn geboortedorp niet verlaten, dus verhuisde zij naar hem. Nu wonen ze in Bunschoten-Spakenburg met hun twee kinderen.

Wat maakt Spakenburgers zo honkvast? ‘Ik denk de haven’, zegt Claudia. ‘Laurens rijdt of fietst daar geregeld even langs. Het dorp blijft trekken.’

Laurens groeide op binnen de vroegere Nederlands Gereformeerde Kerken, maar kerkt niet meer. ‘Zijn broertje, zijn ouders en onze vrienden gaan wel naar de kerk.’

Hoe sterk de binding met het eigen kerkverband vroeger kon zijn, blijkt uit het verhaal van haar schoonmoeder. Zij stapte na haar huwelijk over naar de kerk van haar man. In haar oude vrijgemaakte gemeente werd gebeden of God haar van de ‘verkeerde weg’ wilde laten terugkeren.

Die scherpe scheidslijnen zijn volgens Claudia grotendeels verdwenen. ‘Mensen laten elkaar nu meer vrij.’ Die houding is er ook naar niet-gelovigen. ‘Veel mensen zijn gelovig, maar ik voel me niet onder druk gezet.’

Toen de Huizense rond 2018 in Spakenburg kwam wonen, kende ze vooral de beelden van een gelovig dorp, dialect en drugs. Al snel ontdekte ze ook de eigen gebruiken, zoals dat mannen en vrouwen gescheiden zitten op een verjaardag.

Ook aan de directheid moest ze wennen. ‘Sommige dingen worden meteen gezegd. Dan dacht ik weleens: dit zeg je toch niet zo?’ Toch voelde ze zich als ‘vreemde’ nooit buitengesloten. ‘Iedereen deed alsof ik er gewoon bij hoorde.’ Laurens vertelde haar wie iedereen was, vaak inclusief bijnaam. Dat hielp bij het ‘integreren’. 

Inmiddels herkent ze zelf iets van de dorpstrots. Op weg naar en van haar werk ziet ze ’s ochtends de brood- en viswagens het dorp verlaten en later terugkeren. ‘Als ik elders een Spakenburgse vishandel zie, voel ik toch een soort trots.’

Wat ze vooral waardeert, is de onderlinge betrokkenheid. Na haar bevalling kreeg ze een kaartje van overburen die ze nauwelijks kende. ‘Mensen zijn er hier nog voor elkaar. Het is kneuterig en knus. Juist dat vind ik leuk.’

* In verband met privacyredenen is de achternaam weggelaten. 

Els van Diermen-Beukers. Beeld: Hendrina de Graaf

‘Goud-Elsje’ kreeg geen lening voor een winkel, als vrouw 

wie: Els van Diermen-Beukers (84)
wat: Begon in 1974 een eigen handwerkwinkel

Wie Els van Diermen in klederdracht achter de toonbank van ’t Handwerkhuis ziet staan, houdt haar gemakkelijk voor een conservatieve vrouw uit het ouderwetse Spakenburg. Maar achter de kraplap schuilt een eigenzinnige ondernemer, die haar tijd vooruit was.

Ze groeide op tussen naald, draad en stoffen. Haar moeder en oma waren naaister; zelf volgde ze een vakopleiding tot coupeuse in Utrecht. Daarna gaf ze vanuit huis naailes. Toen ze merkte dat in Bunschoten-Spakenburg nauwelijks gekleurde ritsen, garens en goede breiwol te koop waren, besloot ze een handwerkwinkel te beginnen.

Dat was in 1974; Van Diermen was getrouwd en had drie kinderen van vier, vijf en acht jaar. Banken zagen weinig in een vrouw met een jong gezin en weigerden haar de benodigde 40.000 gulden te lenen. Haar vader kreeg het krediet wél en leende het aan haar door. ‘Omdat ik een vrouw was, kreeg ik het niet. Zo was die tijd.’ Haar man werkte op het industriegebied Polynorm, ‘in de metaal’. 

De winkel bleek levensvatbaar. Els gaf naailessen, stond 25 jaar op de markt en hielp klanten uit het hele land aan wol, stoffen en fournituren. Haar man en zus sprongen geregeld bij; de kinderen drentelden vanuit de bovenwoning door de winkel. In het dorp staat ze bekend als ‘Goud-Elsje’, naar een bekende christelijke meisjesboekenreeks.

De onderneemster groeide op in een vrijgemaakt-gereformeerd gezin. ‘Mijn moeder droeg uit overtuiging geen sieraden.’ In de kerk lagen de rollen vast; veel ruimte voor vrouwen was er niet. ’Ik wist niet beter, ik nam het zoals het kwam.’ Tegelijk kijkt ze zonder moeite naar nieuwe generaties die hun geloof anders beleven. ‘Als je al die jongeren ziet bij de EO, kun je toch alleen maar blij zijn?’

Stoppen met de winkel wil ze niet; het werk voelt als hobby. Samen met haar man van 87 jaar houdt ze de boel draaiend, al loopt het minder dan vroeger. ‘Op internet is alles makkelijk te krijgen.’ Na een heupoperatie merkte ze hoeveel klanten met kaarten, bloemen en goede wensen meeleefden. ‘We zijn dankbaar dat we de kracht krijgen om dit samen te mogen doen. Als we niet meer kunnen, stoppen we. Maar het contact met de klanten zouden we ontzettend missen.’

Jouw steun maakt onafhankelijke journalistiek mogelijk! Dit artikel las je gratis, maar het schrijven kostte tijd en onderzoek. Wil je bijdragen aan deze journalistiek? Met een kleine donatie help je mij om dit werk voort te zetten.

Elke bijdrage, groot of klein, maakt een verschil. Dank je wel!